Mag “Stop de Islam nu” ook van de Raad van State?
Auteur Filantroop 18 januari , 2010
In de pers werd deze week breed verhaald over de uitspraak van de Raad van State betreffende de rechtmatigheid van de partijnaam Stop Wilders Nu: Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak wil de partij met de gekozen naam tot uitdrukking brengen dat zij zich verzet tegen het politieke gedachtegoed van de heer Wilders en gaat het niet om de persoon van de heer Wilders. En: is een politieke groepering vrij in het kiezen van de naam waarmee zij in de politieke strijd haar gedachtegoed wil uitdragen. En: dat in de partijnaam gebruik wordt gemaakt van de naam van Wilders zonder dat hij daarvoor toestemming heeft verleend, is niet in strijd met de openbare orde. Bij deze overwegingen betreden we spiegelglad ijs, want met zo’n scheve schaats van de Raad van State, zou het zomaar kunnen betekenen dat een partij zich Stop de islam Nu mag noemen. Dus maar meteen op zoek naar een wak.
Waar Wilders ageert tegen de islam, en de koran en de islam met het fascisme vergelijkt, wordt deze politicus voor de rechter gesleept op grond van haat zaaien tegen een bevolkingsgroep. Te weten, de moslims.
De nationale campagne tegen Wilders betreft niet de persoon Wilders maar diens denkbeelden over de islam. Toen Wilders nog onzichtbaar Kamerlid in de VVD-fractie was interesseerde niemand zich voor Wilders.
Pas nadat hij onwrikbaar vasthield aan zijn visie dat Turkije nooit tot de EU toegelaten mocht worden, begon zijn ster te rijzen. En nadat hij zich tegen de islam keerde begonnen alras ook de doodsbedreigingen en de onuitputtelijke reeks van fascismeparallellen. In dat stadium had Wilders de koran en de islam nog niet met het fascisme vergeleken.
Dat net zoals de profeet en ideoloog Mohammed ook Wilders over een schare volgelingen beschikt, en dat ook deze gevoelig kan zijn voor het zaaien van haat, of zich gekwetst voelt als de persoon Wilders of zijn denkbeelden met fascisme of fascistische en nationaalsocialistische grootheden vergeleken worden, schijnen de beschermers van de islam maar steeds niet te kunnen bevatten. Bij hen heeft het idee postgevat dat moslims wél recht op gevoeligheid hebben, maar over PVV-kiezers alles gezegd mag worden.
Zou het zo zijn dat de geestverwanten van Wilders de straten onveilig maken, of zich in bij de geest van de denkbeelden van Wilders behorende tunieken zouden hullen, of aan zijn ideeën ontsproten bouwwerken zouden eisen teneinde er volksmennerij te plegen, dan zou je wellicht kunnen denken aan het fascisme.
Maar in geen Nederlandse wijk kent men strubbelingen ten gevolge van het aanhangen van de denkbeelden van Wilders. Potentiële PVV-kiezers maken de straten niet onveilig, plegen geen volksmennerijen in hun megalomane bouwwerken, en hebben tot nu toe nooit aanslagen op doelen of personen gepland, of daartoe opgeroepen. Er zijn geen aanwijzingen dat de penitentiaire instellingen een overpopulatie aan Wilders-kiezers te voeden heeft.
Elsbeth Etty mag dan in haar fantasieën de geüniformeerde WA van Wilders over straat zien marcheren, de Wilders-aanhang is alleen in het kieshokje te herkennen aan de rode stip op het stembiljet. En dat moment is nochtans geheim.
De aangifteplegers tegen Wilders, de advocaten Gerard Spong en Haroon Raza, vergeleken niettemin Wilders respectievelijk doch zonder respect, met Joseph Goebbels en Adolf Hitler, daarmee tegen de gehele aanhang van de PVV haatzaaiend.
Want wie voornemens is op de politicus Wilders zijn stem uit te brengen, wil niet graag vergeleken worden met de kiezers die gretig op de NSDAP stemden toen die partij de democratie nog niet om zeep geholpen had. En zodra die democratie ten gronde gericht was een wereldbrand ontketenden en naar schatting 20 miljoen slachtoffers veroorzaakten.
Met de geestdriftige aanhang van de NSDAP, Hitler en Goebbels vergeleken worden is dus allerminst een lolletje voor de PVV-kiezer.
Toch is nog niemand die de kiezers van de PVV met fascisten of nazi’s vergeleek voor die vergelijking door het OM voor de rechter gesleept.
Je zou daaruit wellicht kunnen concluderen dat de PVV-aanhang over een groter tolerantievermogen beschikt dan de moslims. Maar je kunt er ook uit veronderstellen dat de rechten van de moslims hoger gewaardeerd worden dan die van de PVV-kiezer.
Daarom zou het niet oninteressant zijn te onderzoeken of een politieke partij van de Raad van State Stop de islam nu zou mogen heten. Zo’n partij zou met de gekozen naam immers slechts tot uitdrukking brengen dat het zich verzet tegen het politieke gedachtegoed van de islam maar zich niet tegen de moslims persoonlijk richt.
En voorts is een politieke groepering vrij in het kiezen van de naam waarmee zij in de politieke strijd haar gedachtegoed wil uitdragen volgens de Raad van State.
Dus gelijke imams, gelijke djellaba’s, zou je dan denken.
Filantroop