Opvallende stijger: Shell
De dreigende militaire interventie van de Verenigde Staten in Syrië leidde tot een snel oplopende olieprijs. Daar wist Shell van de profiteren. De koers steeg deze week met 1,9%, in een grotendeels roodgekleurde AEX-index.
De zorgen over een mogelijke militaire ingreep van de Verenigde Staten en enkele bondgenoten en het risico dat het conflict overslaat op buurlanden in de olierijke regio, voorzagen de olieprijs van een stevige impuls. De prijs steeg tussen maandag- en woensdagavond met bijna 4% tot boven de 110,10 dollar per vat, het hoogste niveau in twee jaar tijd.
Oplopende olieprijs
De beurskoersen van diverse olieproducenten klommen mee met de prijs. Zo ook het aandeel Royal Dutch Shell. De koersstijging was aanvankelijk bescheiden, maar op woensdag kwam er 2,2% bij, een dag nadat de olieprijs met 2,9% was opgelopen.
Donderdag namen de zorgen over Syrië echter langzaam wat af en kwam aan de rally een eind. Toen die avond bleek dat het Britse parlement tegen een militair ingrepen had gestemd en de Amerikanen daarmee hun belangrijkste bondgenoot waren verloren, raakte een militaire interventie nog verder uit zicht. Dat vertaalde zich vrijdag in een terugval in de koers van Shell. Op weekbasis resteert nog wel een koerswinst van 1,9%.
Beschuldiging door Irak
Dat de koersstijging van Shell enigszins in toom werd gehouden, ligt mogelijk ook aan een ander bericht. Maandag meldde persbureau AFP dat het Irakese ministerie van olie Shell de schuld geeft van een omzetverlies van meer dan 4,6 miljard dollar als gevolg van productievertragingen op het Majnoon-veld in Zuid-Irak. Dit zou blijken uit een brief die het persbureau heeft ingezien.
Shell en de verantwoordelijke Irakese minister wilden beiden niet reageren naar AFP.
Bron : Alex