Een beknopte en goed leesbare leuke opvrisser m.b.t. deflatie en de nodige phsychologie (huidige situatie?)
Door Robert Prechter.
De definitie deflatie
Deflatie is een inkrimping van het geld- en kredietvolume in vergelijking met de beschikbare goederen. Om deflatie te begrijpen moeten we de termen geld en krediet begrijpen.
Wanneer het geld- en kredietvolume stijgt ten aanzien van het volume beschikbare goederen daalt de relatieve waarde van elke geldeenheid, met als gevolg dat de prijzen van goederen in het algemeen stijgen.
De primaire oorzaak van deflatie
Deflatie heeft als primaire oorzaak het volgende: een enorme maatschappelijke opbouw van kredietexpansie (met als tegenprestatie de opbouw van schuld
Zelfliquiderend krediet is een lening die wordt terug betaald met rente in een redelijk korte tijd van productie. De productie, die wordt mogelijk gemaakt door de lening, zoals het opstarten van een bedrijf bijvoorbeeld, genereert een financieel rendement waardoor de terugbetaling mogelijk wordt gemaakt. De volledige transactie voegt waarde toe aan de economie.
Niet zelfliquiderend krediet is een lening die niet wordt gebruikt voor productie en die dus in het systeem blijft. Wanneer financiële instellingen leningen beschikbaar stellen voor consumentenartikelen zoals auto's, boten, huizen, of voor speculatie op beurzen, dan is er geen enkele sprake van een productieve basis voor deze lening. De rentebetalingen op dit soort leningen vergen kapitaal uit andere inkomstenbronnen. In tegenstelling tot wat men overal geloofd is dit soort leengedrag altijd contraproductief; het voegt namelijk kosten toe aan de economie en geen waarde
Tegen het einde van een grote kredietexpansie verwachten weinig schuldeisers faillissementen, dus lenen ze vrijwillig op grote schaal aan zwakstaande leners. Weinig geldleners verwachten dat hun geluk verandert en daarom lenen zij ook zoveel. Deflatie betreft een behoorlijk aantal onvrijwillige schuldliquidaties omdat nagenoeg niemand deflatie verwacht voordat het begint.
Wat is de aanleiding van de verandering naar deflatie
Een trend van kredietexpansie heeft twee componenten: de algemene bereidheid om te lenen en uit te lenen en de algemene mogelijkheid van leners om de rente en de aflossing te kunnen betalen. Deze componenten zijn respectievelijk afhankelijk van:
1.de trend van het vertrouwen van mensen, dus dat zowel schuldenaren als schuldeisers denken dat de schuldenaren hun verplichtingen kunnen nakomen en:
2.de trend van de productie, die het steeds gemakkelijker of moeilijker maakt of schuldenaren hun schuld kunnen aflossen.
Zolang het vertrouwen en de productie stijgen zal de kredietexpansie voortduren. De kredietexpansie eindigt wanneer de drang of mogelijkheid om deze trend in stand te houden niet langer aanwezig is.
Als het vertrouwen en de productie dalen dan zal het krediet inkrimpen.
Het psychologische aspect van deflatie en depressie kan nooit worden overdreven. Wanneer de sociale gemoedstrend wijzigt van optimisme naar pessimisme, veranderen de schuldeisers, schuldenaren, producenten en consumenten hun primaire oriëntatie van expansiedrift naar behoudzucht. Wanneer de schuldeisers conservatiever worden zullen ze minder uitlenen en schuldenaren en potentiële schuldenaren worden conservatiever in hun leengedrag. Ze lenen minder of helemaal niet. Zodra producenten conservatiever worden zullen ze hun productie-expansieplannen verminderen en consumenten zullen meer sparen en minder uitgeven. Deze gedragingen reduceren de 'zwaartekracht' van het geld, dwz. de snelheid waarmee het geld circuleert in de economie om zaken aan te kopen. Daarom heeft dit een neerwaartse druk op de prijzen tot gevolg. Al deze krachten keren de voormalige trend om.
Het structurele aspect van de deflatie en de depressie is ook cruciaal. De mogelijkheid van het financiële systeem om voortdurende kredietniveaus in stand te houden rust op een dynamische economie. Op een zeker punt heeft een stijgende schuld zoveel energie nodig om zichzelf in stand te houden, in de vorm van rentebetalingen, controle van kredietwaardigheid, najagen van wanbetalers en het afschrijven van slechte leningen, dat het de algemene economische prestatie vertraagt. Een hoge schuldsituatie wordt onhoudbaar wanneer de economische groei daalt onder het gangbare renteniveau en de schuldeisers weigeren om deze rentebetalingen om te zetten in meer krediet.
Wanneer de lasten zo groot worden voor de economie en de trend zich heeft omgekeerd dan volgen reducties in leningen, uitgaven en productie, waardoor schuldenaren minder geld verdienen om hun schulden af te kunnen lossen, dus zijn er meer faillissementen. Faillissementen of de angst om bankroet te gaan verergeren deze nieuwe psychologische trend, waardoor de schuldeisers hun leengedrag nog verder verminderen. Een neerwaartse spiraal tot gevolg hebbende, die zichzelf voedt met het pessimisme, in tegenstelling tot de voorgaande trend die zichzelf voedde met het optimisme. De resulterende lawine van schuldliquidaties is een deflatoire krach. Schulden worden gesaneerd d.m.v. de afbetaling daarvan, 'herstructurering' of faillissement. In het eerste geval gaat er geen waarde verloren, in het tweede geval enige waarde en in het derde geval alle waarde. In hun wanhopige pogingen om contant geld te verkrijgen om de leningen af te betalen worden alle soorten van bezittingen op de markt gebracht, inclusief aandelen, obligaties, grondstoffen en onroerend goed, waardoor de prijzen daarvan ineenstorten. Het proces eindigt alleen nadat het kredietniveau zo gedaald is dat het kan worden omgezet in liquide middelen die acceptabel zijn voor de overgebleven schuldeisers.
Financiële waarden kunnen verdwijnen
De mensen nemen het op de koop toe dat financiële waarden schijnbaar eindeloos uit het niets kunnen worden gecreëerd en torenhoog kunnen worden opgestapeld. Als we deze redenering omdraaien en zeggen dat financiële waarden weer in het niets kunnen verdwijnen dan houdt men vol dat dat niet mogelijk is. ,,Het geld moet ergens naar toe kunnen… Het gaat gewoon van aandelen naar obligaties naar geldmarktfondsen…. Het gaat nooit weg…. Voor elke koper is een verkoper, dus het geld verandert van eigenaar." Dat is waar voor geld, net zo waar als toen alles steeg, maar het is niet waar met betrekking tot de waarde, die ook gestegen is.