Interview van de Cobouw-site met Bam baas Rob van Wingerden:
BAM-baas Rob van Wingerden: "Digitalisering in de bouw gaat sneller dan men denkt"
Rob van Wingerden, topman van BAM, waarschuwt: digitalisering in de bouw gaat sneller dan men denkt. Wie niet aanhaakt, valt af. “De techniek is nu al verder dan de sector zelf.” Een gesprek over ambities, gadgets en het belang van schaalgrootte.
Anders dan zijn voorganger Nico de Vries, is Rob van Wingerden niet zo van de ‘ koetjes en kalfjes’. “Kom maar op”, zegt hij meteen bij het begin van het gesprek. “Wat wil je weten? Waar gaan we het over hebben?” Ongeduldig? Nee, dat is hij niet. Of beter gezegd: niet meer. In de twee jaar dat hij nu aan het roer staat van Nederlands grootste bouwonderneming, heeft Van Wingerden wel geleerd dat ‘wat hij wil’ niet van vandaag op morgen is gerealiseerd. Zoals hij ook heeft geleerd om te gaan met zijn nieuwe positie: de hoogste baas van BAM.
“Ik heb altijd in mijn carrière gedacht: die volgende stap kan ik ook maken. Of ik nou projectleider was of regiodirecteur. Maar telkens als ik die stap had gezet, dacht ik toch even: oeps”, geeft Van Wingerden toe.
Ik neem mezelf niet te serieus; mijn baan des te meer
Hij legt uit: “Er komt gewoon veel op je a f. Dat was bij mijn benoeming tot bestuursvoorzitter niet anders. Ik kreeg ineens te maken met pers, analisten, aandeelhouders. Daar moet je aan wennen. Iedereen kijkt ook naar je, dat is ook zoiets. Ja natuurlijk geeft dat een bepaalde druk. Iedereen verwacht toch wat van je. Mensen gaan zich ook anders gedragen. Dat is vreemd. Maar goed, ik neem mezelf niet te serieus; mijn baan echter des te meer.” Van Wingerden zat al ruim zes jaar in de raad van bestuur van BAM toen hij eind 2014 werd benoemd tot topman. Heeft hij altijd de ambitie gehad om BAM te gaan leiden? Zeker, al heeft hij zich naar eigen zeggen nooit “als een kroonprins” gedragen. “Ik wilde graag bestuursvoorzitter worden, maar of dat gebeurt en zo ja wanneer, dat weet je nooit. De omstandigheden en de tijdstippen laten zich niet voorspellen. Dat is maar goed ook, anders ga je je er misschien wel naar gedragen. Maar voor wat betreft mijn ambities: die zijn enkel begrensd door het plafond van mijn kunnen.”
Bent u eigenlijk tevreden over uw prestaties tot dusver?
“Er zijn zeker elementen van tevredenheid. Maar er is ook nog heel veel te doen. Ik denk wel dat er iets in beweging is gezet. We staan in de startblokken, zeg maar. Dat geldt voor BAM, maar ook voor mijzelf. Ik voel me in mijn element, zonder enig gevoel van zelfgenoegzaamheid overigens.”
Bij de presentatie van de halfjaarcijfers moest u naast een sterk verbeterd resultaat een verlies van 24 miljoen melden in een van de vier sectoren van BAM. Daar kunt u niet tevreden over zijn.
“Daar baal ik inderdaad flink van. Dat was echt een tegenvaller, zeker omdat we de overtuiging hebben dat we goede dingen aan het doen zijn. Het blijkt maar weer dat je geen garantie hebt dat alles in keer goed gaat. Iedereen binnen BAM baalt van die cijfers. Dat is ook goed, want het zorgt ervoor dat het steeds minder vaak voorkomt. Het is een hobbelige weg waarop we rijden. De kuilen worden minder diep en de bobbels minder hoog, maar ze verdwijnen niet. Wel wordt de vering van de auto steeds beter. In het Engels klinkt deze beeldspraak trouwens stukken beter.”
Elke andere industrie zou onze marges belachelijk vinden
Om het tij na een paar verliesgevende jaren te keren, zette BAM een fors saneringsplan op poten, ‘Back in shape’ genaamd. Doel: het bouwconcern slanker en vooral ook slagvaardiger maken. Het aantal werkmaatschappijen werd teruggebracht van 25 naar 10; in Nederland van 12 naar 2. Daarmee werd een eenvoudigere organisatiestructuur gecreëerd. Van Wingerden is ervan overtuigd dat zich dat uiteindelijk zal uitbetalen. Niet in de laatste plaats omdat de verschillende bedrijven elkaar in de nieuwe opzet veel gemakkelijker kunnen ‘vinden’ en dus beter van elkaars kennis en kunde gebruik kunnen maken. “BAM gaat nu pas ervaren hoe het is om de schaal en de aanwezige kennis te benutten”, zegt de topman, die van mening is dat niet alleen BAM, maar eigenlijk de gehele sector zal moeten veranderen. “Kijk, de marges in de bouw zijn bijzonder laag. Elke andere industrie zou ze belachelijk vinden, maar in de bouw accepteren we ze. Dat moet mijns inziens echt veranderen. Hoe? Door in de keten anders met elkaar om te gaan. Maar zeker ook door technische middelen beter in te zetten.”
Technische middelen?
“Ik ben er heilig van overtuigd dat de digitalisering in de bouw nu heel snel zal gaan. Veel sneller dan menigeen in de sector zich momenteel realiseert.”
Vijftien jaar geleden werd voorspeld dat woningen vandaag de dag na een druk op de knop kantenklaar uit de fabriek zouden rollen. Dat gebeurt echter nog steeds niet…
“Dat klopt, maar de techniek was toen ook nog lang niet zo ver als nu. Bovendien volgen de ontwikkelingen elkaar veel sneller op. Dat gezegd hebbende: er zijn ook partijen die belang hebben bij de huidige status quo. Die leven ervan om alles op de bouwplaats aan elkaar te knopen. Ja, wij ook. Wij moeten dus ook oppassen dat we straks niet uit de keten vallen. De cultuur in de sector en de mens zijn de beperkende factoren. Daardoor lopen we nu eigenlijk al achter op de techniek.”
Wil BAM op het gebied van digitalisering en innovatie koploper zijn in de bouw?
“Ik wil de toekomst van BAM neerzetten. Dan moet je natuurlijk niet achteraan lopen. Maar tegelijkertijd is er ook nog zoiets als de wet van de remmende voorsprong. Feit is dat wij voor het eerst innovatie als apart strategisch punt op de meerjarenagenda hebben gezet. We willen de dingen die we doen, beter doen. Daarnaast gaan we nieuwe dingen doen. Hierbij moet je denken aan het beter in praktijk brengen van bestaande innovaties, maar ook aan startups. Het doel is niet zozeer om een nieuwe iPhone uit te v inden of de Google van de bouw te worden, maar we willen de sector wel slimmer laten functioneren. Worden grote bouwers uiteindelijk softwarebedrijven? Misschien voor een deel wel. Soft ware wordt in ieder geval een heel belangrijk deel van onze business.”
Als ik u beluister, verwacht u komende jaren een aardverschuiving in de bouw. Robots, software, digitalisering. Zijn er straks nog wel bouwvakkers nodig?
“Ik denk dat we op den duur geen metselaars meer nodig hebben. Dat klinkt zuur, maar zij zullen niet ineens morgen zonder baan zitten. Dat is ook goed. De transitie die ik verwacht, moeten we bewust meemaken en moet je goed managen. Het kan best dat het soepel in elkaar overgaat. Hoe onze woningen en kantoren eruit gaan zien verandert misschien niet, maar hoe ze worden gemaakt en hoe lang ze meegaan wel. Digitalisering gaat helpen om de gebouwde omgeving naar een ander niveau te brengen. We gaan dingen maken voordat we ze maken.
Dus eerst digitaal, daarna fysiek. Daardoor wordt de bouw ook veel interessanter voor jongeren. En het zal er voor zorgen dat we foutloos gaan bouwen.”
En op de bouwplaats alleen nog maar 3D-printers...
“Nee, dat zie ik niet voor me. Wel zullen in fabrieken onderdelen worden geprint die vervolgens op de bouw in elkaar worden gezet.”
Klopt het dat u in een Tesla rijdt?
“Dat klopt.”