Door een speculatietaks in te voeren neemt de Belgische regering serieuze risico’s met haar biotech-industrie, zegt Ablynx-topman Edwin Moses. ‘Bijna nergens hebben kleine beleggers zoveel interesse in biotechnologie. Maar die interesse dreigt nu weg te vallen.’
De Belgische regering zette vorige week heel wat kwaad bloed bij kleine beleggers door aan te kondigen dat ze een speculatietaks invoert op aandelen. Wie binnen de zes maanden na aanschaf aandelen verkoopt, zal een extra heffing van 33 procent moeten betalen op de meerwaarde die hij of zij op die transactie boekte. Die maatregel wordt vooral als nadelig gezien voor biotechnologiebedrijven, waarvan de koersen fors kunnen schommelen. Omdat de speculatietaks een investering in dergelijke volatiele ondernemingen ontmoedigt, zullen biotechnologiebedrijven de Brusselse beurs voortaan vermijden, stellen critici.
‘Dat zou enorm jammer zijn’, zegt Edwin Moses, de Britse topman van het Gentse biotechnologiebedrijf Ablynx ABLX 0,61% . ‘Een van de grote voordelen die de Belgische biotechbedrijven hier genieten is net die grote interesse van kleine beleggers. En dat is belangrijk, want als het slecht gaat, zullen de grote, institutionele investeerders snel vertrekken. Terwijl die kleine, lokale, beleggers je zullen blijven steunen voor de langere termijn.’
Is die steun van lokale beleggers dan nog altijd zo belangrijk voor Ablynx?
Moses: ‘Voor een bedrijf met enige omvang zoals Ablynx is die lokale steun misschien minder levensnoodzakelijk. Maar het is voor ons wel van tel dat de biotechindustrie het hier goed blijft doen. De mogelijke partners waarmee we onderhandelen kijken daar immers ook naar. Voor hen maakt het niet zozeer uit dat ze in België investeren, wel dat ze in een regio actief zijn met veel knowhow over biotech. Om die reden zitten nu al veel ondernemingen in plaatsen als Boston of San Francisco. België had de voorbije jaren al een sterke positie opgeëist als Europees biotechnologieland. Door de fiscaliteit nu aan te passen riskeer je meer kapot te doen dan je denkt.'
De beursgenoteerde biotechbedrijven hebben er een wilde rit op zitten. Bent u nu opgelucht dat u de stap naar Wall Street nooit heeft gewaagd?
Moses: ‘We blijven sowieso nog alle mogelijkheden bekijken. Deze zomer haalden we 100 miljoen euro op door converteerbare obligaties uit te geven. We hebben nog altijd geld nodig om onze activiteiten te financieren. En dan blijft de Amerikaanse beurs in ons vizier. Maar dan moet het klimaat wel goed genoeg zijn en passen in onze strategie, want er zijn ook kosten aan verbonden. Vergelijk het met een huisdier krijgen als kerstcadeau. Klinkt heel leuk, tot je beseft dat je dat dier elke dag eten moet geven en het hok moet schoonmaken.’
Ablynx start binnenkort de laatste fase in zijn onderzoek naar zijn middel tegen de zeldzame bloedziekte TTP. Is het onderzoek een succes, dan kan het middel in 2018 op de markt komen. Zal u nog dezelfde prijs voor dat middel kunnen halen dan u had voorzien? Zeker in de VS struikelen politici over de torenhoge prijzen die sommige farmaspelers durven vragen.
Moses: ‘Door ons middel zullen patiënten sneller genezen en minder lang in het ziekenhuis liggen. Dat bepaalt natuurlijk mee de prijs. Maar een veel belangrijker aspect zijn de berekeningen van sectorspecialisten die de voordelen van een nieuw medicijn afwegen tegen wat bestaande middelen kunnen kosten aan het gezondheidssysteem. Soms kan een bestaand medicijn goedkoper zijn, maar kan de patiënt af en toe hervallen. In totaal kan dat het gezondheidssysteem dan meer kosten. Stel - bij wijze van voorbeeld - dat de totale factuur aan het gezondheidssysteem dan 100.000 dollar bedraagt, dan wordt het aanvaardbaar geacht dat je dat bedrag ook zou kunnen vragen voor je nieuwe medicijn. Zolang we op deze, realistische manier kunnen discussiëren over de prijszetting denk ik niet dat we veel hinder kunnen ondervinden van de politieke discussie die hierover wordt gevoerd in de VS.'
© Lieven Van Assche © Lieven Van Assche
U had eerder al besloten om uw middel tegen TTP zelf te ontwikkelen en de commercialiseren. U voelt zich sterk genoeg om dat volledig zelf te doen?
Moses: ‘We hebben de beslissing genomen om zelf het product te ontwikkelen en op de markt te brengen in Europa en de VS. We hebben daarvoor ook een Chief Commercial Officer in huis gehaald van GSK. Die wees er ons op dat we op enorme knowhow zitten voor onderzoek naar TTP. Als we een partner in huis haalden, zouden we die wellicht nog moeten bijscholen. Dus dat geeft ons voldoende vertrouwen om hier alleen mee door te zetten. We zijn nu de infrastructuur aan het opzetten om dit product effectief op de markt te kunnen brengen vanaf 2018. Daar willen we bijzonder voorzichtig in zijn want we beseffen maar al te goed dat dit kosten met zich meebrengt voordat het eigenlijke product er is. En we kijken ook naar voorbeelden uit het verleden.’
Thrombogenics heeft ook geprobeerd zelfstandig een product op de markt te brengen in de VS. Het is daar niet in geslaagd.
Moses: ‘Het product dat Thrombogenics in de VS op de markt bracht, zou de manier veranderd hebben waarop artsen geld verdienen. Als je zo’n systeem invoert moet je opletten dat de tegenstand niet te groot wordt. Het heeft op zich niets te maken met de werkzaamheid van je product. Ons product tegen TTP gaat minder impact hebben, omdat het bovenop de bestaande middelen gebruikt kan worden en niets verandert aan de terugbetalingssystemen. We hebben ook veel meer producten in de pijplijn zitten dan dit middel tegen TTP.’
Sectorgenoot Galapagos werd de afgelopen maanden zwaar afgestraft nadat Abbvie had afgehaakt als partner voor een nieuw middel tegen reuma. Jullie hebben eveneens een partnership met Abbvie voor reuma.
Moses: ‘Het enige verschil dat ik zie tussen het Abbvie waar Galapagos mee samenwerkte en het Abbvie dat onze partner is, is dat ze in het geval van Galapagos werkten aan een concurrerend medicijn dat op een gelijkaardige technologie is gebaseerd. Dat is bij ons niet het geval, voor zover ik weet.’
‘Ik kan voor Ablynx geen betere partners bedenken dan Abbvie en Merck. Abbvie heeft dringend een opvolger nodig voor zijn reumamedicijn Humira. Dat kan je ook aflezen van elk gezicht van een Abbvie-manager die hier al over de vloer is gekomen. Ze beseffen dat er geen Abbvie is zonder een opvolger voor dat reumamedicijn. Merck, met wie we samenwerken rond immunotherapie tegen kanker, heeft dan weer zo’n 80 procent van zijn onderzoeksbudget veil voor kankerbestrijding. Dat voel je ook aan de interactie met dat bedrijf: je krijgt meteen feedback op je studies, wat ons natuurlijk ook motiveert. Bij beide ondernemingen geldt er een echte ‘sense of urgency’, terwijl we bij sommige anderen eerder als een van de vele projecten worden beschouwd.’
Bron: De Tijd